Romeinen 2:26
“Indien dan de onbesnedene de rechtmatigheden der wet onderhoudt, zal zijn onbesnijdenis niet tot besnijdenis gerekend worden?”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 2 — omringende verzen
Gij dan, die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij die predikt dat men niet stelen zal, steelt gij?
22Gij die zegt dat men geen overspel zal doen, doet gij overspel? Gij die de afgoden verafschuwt, berooft gij de tempels?
23Gij die in de wet roemt, onteert gij God door de overtreding der wet?
24Want de naam van God wordt door u gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven staat.
25Want de besnijdenis is wel nuttig, als gij de wet houdt; maar als gij een overtreder der wet zijt, is uw besnijdenis tot onbesnijdenis geworden.
Indien dan de onbesnedene de rechtmatigheden der wet onderhoudt, zal zijn onbesnijdenis niet tot besnijdenis gerekend worden?
En zal de onbesnedene van nature, die de wet volbrengt, niet u, die door de letter en de besnijdenis een overtreder der wet zijt, oordelen?
28Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch dat is de besnijdenis, die in het openbaar in het vlees is:
29Maar hij is een Jood die het innerlijk is; en de besnijdenis is die van het hart, naar de geest, en niet naar de letter; wiens lof niet van mensen is, maar van God.