Romeinen 7:5
“Want toen wij in het vlees waren, werkten de hartstochten der zonden, die door de wet gewekt werden, in onze leden om vrucht te dragen voor de dood.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 7 — omringende verzen
Weet u niet, broeders — want ik spreek tot hen die de wet kennen — dat de wet over een mens heerschappij heeft zolang hij leeft?
2Want een getrouwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden zolang hij leeft; maar als haar man gestorven is, is zij losgemaakt van de wet van haar man.
3Zo dan, als zij, terwijl haar man leeft, aan een andere man toebehoort, zal zij een overspelige worden genoemd; maar als haar man gestorven is, is zij vrij van die wet, zodat zij geen overspelige is, al behoort zij aan een andere man toe.
4Zo dan, mijn broeders, u bent ook der wet gestorven door het lichaam van Christus, opdat u aan een Ander zou toebehoren, namelijk aan Hem Die uit de doden is opgewekt, zodat wij voor God vrucht zouden dragen.
Want toen wij in het vlees waren, werkten de hartstochten der zonden, die door de wet gewekt werden, in onze leden om vrucht te dragen voor de dood.
Maar nu zijn wij verlost van de wet, omdat wij gestorven zijn aan datgene waardoor wij gevangen gehouden werden; zodat wij dienen in de nieuwheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.
7Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre! Maar ik had de zonde niet gekend dan door de wet; want ook de begeerlijkheid had ik niet gekend, als de wet niet gezegd had: U zult niet begeren.
8Maar de zonde heeft door het gebod aanleiding genomen en in mij allerlei begeerlijkheid gewrocht. Want zonder de wet is de zonde dood.
9Want ik was eens levend zonder de wet; maar toen het gebod kwam, herleefde de zonde, en ik stierf.
10En het gebod, dat tot leven was, bleek voor mij tot de dood te zijn.