Terug naar Romeinen 8
VSV
Statenvertaling

Romeinen 8:31

Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?

Kruisverwijzingen

Context

Romeinen 8 — omringende verzen

26

En evenzo komt de Geest onze zwakheden te hulp; want wij weten niet wat wij bidden moeten zoals het behoort, maar de Geest Zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

27

En Hij die de harten doorzoekt, weet wat de gezindheid van de Geest is, omdat Hij voor de heiligen pleit naar de wil van God.

28

En wij weten dat alle dingen meewerken ten goede voor hen die God liefhebben, voor hen die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

29

Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij ook van tevoren bestemd om gelijkvormig te zijn aan het beeld van Zijn Zoon, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.

30

En hen die Hij van tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen; en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd; en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.

31

Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?

32

Hij die Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen heeft overgegeven, hoe zal Hij ons ook niet met Hem alle dingen schenken?

33

Wie zal enige beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het die rechtvaardigt.

34

Wie is het die veroordeelt? Christus is het die gestorven is, ja, meer nog, die opgewekt is, die ook aan de rechterhand van God is, die ook voor ons pleit.

35

Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard?

36

Zoals geschreven staat: Om Uwentwil worden wij de hele dag gedood; wij worden geacht als schapen voor de slacht.