Terug naar Romeinen 8
VSV
Statenvertaling

Romeinen 8:27

En Hij die de harten doorzoekt, weet wat de gezindheid van de Geest is, omdat Hij voor de heiligen pleit naar de wil van God.

Kruisverwijzingen

Context

Romeinen 8 — omringende verzen

22

Want wij weten dat de hele schepping tezamen zucht en tezamen in barensnood verkeert tot nu toe.

23

En niet alleen dat, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zuchten in onszelf, terwijl wij de aanneming tot kinderen verwachten, namelijk de verlossing van ons lichaam.

24

Want wij zijn door de hoop zalig geworden; maar een hoop die gezien wordt, is geen hoop; want wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?

25

Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met geduld.

26

En evenzo komt de Geest onze zwakheden te hulp; want wij weten niet wat wij bidden moeten zoals het behoort, maar de Geest Zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

27

En Hij die de harten doorzoekt, weet wat de gezindheid van de Geest is, omdat Hij voor de heiligen pleit naar de wil van God.

28

En wij weten dat alle dingen meewerken ten goede voor hen die God liefhebben, voor hen die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

29

Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij ook van tevoren bestemd om gelijkvormig te zijn aan het beeld van Zijn Zoon, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.

30

En hen die Hij van tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen; en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd; en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.

31

Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?

32

Hij die Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen heeft overgegeven, hoe zal Hij ons ook niet met Hem alle dingen schenken?