Romeinen 8:24
“Want wij zijn door de hoop zalig geworden; maar een hoop die gezien wordt, is geen hoop; want wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 8 — omringende verzen
Want het reikhalzend verlangen van de schepping wacht op de openbaring van de zonen van God.
20Want de schepping is onderworpen aan de zinloosheid, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in hoop,
21Omdat ook de schepping zelf bevrijd zal worden van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.
22Want wij weten dat de hele schepping tezamen zucht en tezamen in barensnood verkeert tot nu toe.
23En niet alleen dat, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zuchten in onszelf, terwijl wij de aanneming tot kinderen verwachten, namelijk de verlossing van ons lichaam.
Want wij zijn door de hoop zalig geworden; maar een hoop die gezien wordt, is geen hoop; want wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?
Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met geduld.
26En evenzo komt de Geest onze zwakheden te hulp; want wij weten niet wat wij bidden moeten zoals het behoort, maar de Geest Zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.
27En Hij die de harten doorzoekt, weet wat de gezindheid van de Geest is, omdat Hij voor de heiligen pleit naar de wil van God.
28En wij weten dat alle dingen meewerken ten goede voor hen die God liefhebben, voor hen die naar Zijn voornemen geroepen zijn.
29Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij ook van tevoren bestemd om gelijkvormig te zijn aan het beeld van Zijn Zoon, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.