Romeinen 9:29
“En gelijk Jesaja tevoren gezegd heeft: Indien de Heer der heerscharen ons geen zaad had overgelaten, wij zouden als Sodom geworden zijn, en aan Gomorra gelijk gemaakt zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 9 — omringende verzen
namelijk ons, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen?
25Gelijk Hij ook in Hosea zegt: Ik zal hen Mijn volk noemen, die niet Mijn volk waren; en haar de geliefde, die niet de geliefde was.
26En het zal geschieden, dat op de plaats waar tot hen gezegd werd: Gij zijt Mijn volk niet; daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd worden.
27Jesaja roept ook over Israël: Al was het getal der kinderen Israëls als het zand der zee, slechts een overblijfsel zal behouden worden.
28Want Hij zal het werk voltooien en het inkorten in gerechtigheid; want een ingekort werk zal de Heer op de aarde doen.
En gelijk Jesaja tevoren gezegd heeft: Indien de Heer der heerscharen ons geen zaad had overgelaten, wij zouden als Sodom geworden zijn, en aan Gomorra gelijk gemaakt zijn.
Wat zullen wij dan zeggen? Dat de heidenen, die de gerechtigheid niet najaagden, de gerechtigheid verkregen hebben, namelijk de gerechtigheid die uit het geloof is.
31Maar Israël, dat de wet der gerechtigheid najaagde, heeft de wet der gerechtigheid niet bereikt.
32Waarom? Omdat zij haar niet uit het geloof zochten, maar als het ware uit de werken der wet. Want zij struikelden over de steen des aanstoots,
33gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis; en wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.