Ruth 1:2
“De naam van de man was Elimelech, en de naam van zijn vrouw Naomi, en de namen van zijn twee zonen Machlon en Chiljon, Efratieten uit Bethlehem-Juda. En zij kwamen in het land Moab en bleven daar.”
Kruisverwijzingen
Context
Ruth 1 — omringende verzen
Het geschiedde nu in de dagen toen de richteren regeerden, dat er een hongersnood in het land was. En een zeker man uit Bethlehem-Juda ging als vreemdeling vertoeven in het land Moab, hij en zijn vrouw en zijn twee zonen.
De naam van de man was Elimelech, en de naam van zijn vrouw Naomi, en de namen van zijn twee zonen Machlon en Chiljon, Efratieten uit Bethlehem-Juda. En zij kwamen in het land Moab en bleven daar.
En Elimelech, de man van Naomi, stierf; en zij bleef achter met haar twee zonen.
4En zij namen vrouwen uit de dochters van Moab; de naam van de ene was Orpa, en de naam van de andere Ruth; en zij woonden daar omstreeks tien jaar.
5En ook Machlon en Chiljon stierven beiden; en de vrouw bleef achter zonder haar twee zonen en haar man.
6Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, om terug te keren uit het land Moab; want zij had in het land Moab gehoord dat de HEER zijn volk bezocht had door hun brood te geven.
7Zij vertrok dan uit de plaats waar zij geweest was, en haar twee schoondochters met haar; en zij gingen op weg om terug te keren naar het land Juda.