Terug naar Ruth 4
VSV
Statenvertaling

Ruth 4:11

En al het volk dat in de poort was, en de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen. De HEER make de vrouw die in uw huis gekomen is als Rachel en als Lea, die beiden het huis Israëls gebouwd hebben; en handel waardig in Efrata, en wees vermaard in Bethlehem.

Kruisverwijzingen

Context

Ruth 4 — omringende verzen

6

En de losser zei: Ik kan het voor mijzelf niet lossen, opdat ik mijn eigen erfdeel niet benadeel; neem mijn lossingsrecht voor uzelf, want ik kan het niet lossen.

7

Nu was dit in vroeger tijden in Israël de gewoonte betreffende het lossen en het ruilen, om alle zaken te bevestigen: een man trok zijn sandaal uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was een getuigenis in Israël.

8

Daarom zei de losser tot Boaz: Koop het voor uzelf. En hij trok zijn sandaal uit.

9

En Boaz zei tot de oudsten en tot al het volk: Gij zijt heden getuigen dat ik alles gekocht heb wat van Elimelech was, en alles wat van Chilion en Mahlon was, uit de hand van Naomi.

10

Bovendien heb ik Ruth de Moabitische, de vrouw van Mahlon, gekocht tot mijn vrouw, om de naam van de gestorvene op zijn erfdeel te doen herrijzen, opdat de naam van de gestorvene niet wordt uitgeroeid onder zijn broederen en uit de poort van zijn woonplaats; gij zijt heden getuigen.

11

En al het volk dat in de poort was, en de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen. De HEER make de vrouw die in uw huis gekomen is als Rachel en als Lea, die beiden het huis Israëls gebouwd hebben; en handel waardig in Efrata, en wees vermaard in Bethlehem.

12

En uw huis zij als het huis van Perez, die Tamar aan Juda baarde, door het nageslacht dat de HEER u geven zal van deze jonge vrouw.

13

Zo nam Boaz Ruth, en zij werd zijn vrouw; en toen hij tot haar inging, gaf de HEER haar ontvangenis, en zij baarde een zoon.

14

En de vrouwen zeiden tot Naomi: Geloofd zij de HEER, die u heden niet zonder een losser gelaten heeft, opdat zijn naam vermaard zij in Israël.

15

En hij zal u zijn tot een verkwikker van uw ziel en een voeder in uw ouderdom; want uw schoondochter, die u liefheeft en die u meer waard is dan zeven zonen, heeft hem gebaard.

16

En Naomi nam het kind, en legde het aan haar boezem, en zij werd zijn voedster.