VSV
StatenvertalingSpreuken 26:3
“Een zweep voor het paard, een toom voor de ezel, en een roede voor de rug van de dwaas.”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 26 — omringende verzen
1
Als sneeuw in de zomer en als regen in de oogst, zo past eer niet voor een dwaas.
2Zoals een vogel door het rondzwerven en een zwaluw door het vliegen, zo zal een oorzaakloze vloek niet komen.
3
4Een zweep voor het paard, een toom voor de ezel, en een roede voor de rug van de dwaas.
Antwoord een dwaas niet naar zijn dwaasheid, opdat gij ook niet aan hem gelijk wordt.
5Antwoord een dwaas naar zijn dwaasheid, opdat hij niet wijs zij in zijn eigen ogen.
6Hij die een boodschap zendt door de hand van een dwaas hakt de voeten af en drinkt schade.
7De benen van de kreupele zijn niet gelijk; zo is een spreuk in de mond van dwazen.
8Als hij die een steen bindt in een slinger, zo is hij die eer geeft aan een dwaas.