VSV
StatenvertalingSpreuken 6:1
“Mijn zoon, indien gij borg zijt voor uw vriend, indien gij uw hand geslagen hebt bij een vreemde,”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 6 — omringende verzen
1
2Mijn zoon, indien gij borg zijt voor uw vriend, indien gij uw hand geslagen hebt bij een vreemde,
Zijt gij verstrikt door de woorden uws monds, gevangen door de woorden uws monds.
3Doe dit dan, mijn zoon, en bevrijd uzelf, nu gij in de hand van uw vriend gekomen zijt; ga, verneder uzelf, en zet uw vriend aan.
4Geef uw ogen geen slaap, noch uw oogleden sluimer.
5Bevrijd uzelf als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers.
6Ga tot de mier, gij luiaard; aanschouw haar wegen, en word wijs: