VSV
StatenvertalingSpreuken 6:4
“Geef uw ogen geen slaap, noch uw oogleden sluimer.”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 6 — omringende verzen
1
Mijn zoon, indien gij borg zijt voor uw vriend, indien gij uw hand geslagen hebt bij een vreemde,
2Zijt gij verstrikt door de woorden uws monds, gevangen door de woorden uws monds.
3Doe dit dan, mijn zoon, en bevrijd uzelf, nu gij in de hand van uw vriend gekomen zijt; ga, verneder uzelf, en zet uw vriend aan.
4
5Geef uw ogen geen slaap, noch uw oogleden sluimer.
Bevrijd uzelf als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers.
6Ga tot de mier, gij luiaard; aanschouw haar wegen, en word wijs:
7Die geen leider, opziener of heerser heeft,
8Die haar spijze bereidt in de zomer, en haar voedsel vergadert in de oogst.
9Hoe lang zult gij slapen, o luiaard? Wanneer zult gij opstaan uit uw slaap?