Spreuken 6:7
“Die geen leider, opziener of heerser heeft,”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 6 — omringende verzen
Zijt gij verstrikt door de woorden uws monds, gevangen door de woorden uws monds.
3Doe dit dan, mijn zoon, en bevrijd uzelf, nu gij in de hand van uw vriend gekomen zijt; ga, verneder uzelf, en zet uw vriend aan.
4Geef uw ogen geen slaap, noch uw oogleden sluimer.
5Bevrijd uzelf als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers.
6Ga tot de mier, gij luiaard; aanschouw haar wegen, en word wijs:
Die geen leider, opziener of heerser heeft,
Die haar spijze bereidt in de zomer, en haar voedsel vergadert in de oogst.
9Hoe lang zult gij slapen, o luiaard? Wanneer zult gij opstaan uit uw slaap?
10Nog een weinig slaap, een weinig sluimer, een weinig vouwen der handen om te slapen:
11Zo zal uw armoede komen als een reiziger, en uw gebrek als een gewapend man.
12Een nichtswaardige, een goddeloze man, wandelt met een vals mond.