Spreuken 6:12
“Een nichtswaardige, een goddeloze man, wandelt met een vals mond.”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 6 — omringende verzen
Die geen leider, opziener of heerser heeft,
8Die haar spijze bereidt in de zomer, en haar voedsel vergadert in de oogst.
9Hoe lang zult gij slapen, o luiaard? Wanneer zult gij opstaan uit uw slaap?
10Nog een weinig slaap, een weinig sluimer, een weinig vouwen der handen om te slapen:
11Zo zal uw armoede komen als een reiziger, en uw gebrek als een gewapend man.
Een nichtswaardige, een goddeloze man, wandelt met een vals mond.
Hij knipoogt met zijn ogen, hij spreekt met zijn voeten, hij onderwijst met zijn vingers;
14Verkeerdheid is in zijn hart, hij bedenkt voortdurend kwaad; hij zaait tweedracht.
15Daarom zal zijn rampspoed plotseling komen; plotseling zal hij verbroken worden, zonder genezing.
16Deze zes dingen haat de HEER; ja, zeven zijn Hem een gruwel:
17Een hoogmoedige blik, een leugenachtige tong, en handen die onschuldig bloed vergieten,