Spreuken 6:14
“Verkeerdheid is in zijn hart, hij bedenkt voortdurend kwaad; hij zaait tweedracht.”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 6 — omringende verzen
Hoe lang zult gij slapen, o luiaard? Wanneer zult gij opstaan uit uw slaap?
10Nog een weinig slaap, een weinig sluimer, een weinig vouwen der handen om te slapen:
11Zo zal uw armoede komen als een reiziger, en uw gebrek als een gewapend man.
12Een nichtswaardige, een goddeloze man, wandelt met een vals mond.
13Hij knipoogt met zijn ogen, hij spreekt met zijn voeten, hij onderwijst met zijn vingers;
Verkeerdheid is in zijn hart, hij bedenkt voortdurend kwaad; hij zaait tweedracht.
Daarom zal zijn rampspoed plotseling komen; plotseling zal hij verbroken worden, zonder genezing.
16Deze zes dingen haat de HEER; ja, zeven zijn Hem een gruwel:
17Een hoogmoedige blik, een leugenachtige tong, en handen die onschuldig bloed vergieten,
18Een hart dat boosaardige gedachten bedenkt, voeten die snel zijn om naar het kwaad te lopen,
19Een valse getuige die leugens spreekt, en hij die tweedracht zaait onder broeders.