Spreuken 8:26
“Terwijl Hij de aarde nog niet gemaakt had, noch de velden, noch de hoogste stofdeeltjes der wereld.”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 8 — omringende verzen
Opdat ik hen die mij liefhebben goederen doe beërven; en ik zal hun schatkamers vullen.
22De HEER bezat mij in het begin van Zijn weg, vóór Zijn werken van ouds.
23Ik was van eeuwigheid af aangesteld, van den beginne, eer de aarde er was.
24Toen er nog geen diepten waren, werd ik voortgebracht; toen er nog geen fonteinen waren, overvloeiend van water.
25Eer de bergen gegrondvest waren, eer de heuvelen, werd ik voortgebracht:
Terwijl Hij de aarde nog niet gemaakt had, noch de velden, noch de hoogste stofdeeltjes der wereld.
Toen Hij de hemelen bereidde, was ik er; toen Hij een cirkel trok op het oppervlak van de diepte:
28Toen Hij de wolken daarboven vestigde; toen Hij de bronnen der diepte versterkte:
29Toen Hij aan de zee zijn grens gaf, zodat de wateren Zijn gebod niet zouden overschrijden; toen Hij de grondslagen der aarde stelde:
30Toen was ik bij Hem, als een voedsterling; en ik was dagelijks Zijn vreugde, altijd voor Hem spelend;
31Spelend op het bewoonde deel van Zijn aarde; en mijn verlustiging was bij de mensenkinderen.