Spreuken 8:28
“Toen Hij de wolken daarboven vestigde; toen Hij de bronnen der diepte versterkte:”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 8 — omringende verzen
Ik was van eeuwigheid af aangesteld, van den beginne, eer de aarde er was.
24Toen er nog geen diepten waren, werd ik voortgebracht; toen er nog geen fonteinen waren, overvloeiend van water.
25Eer de bergen gegrondvest waren, eer de heuvelen, werd ik voortgebracht:
26Terwijl Hij de aarde nog niet gemaakt had, noch de velden, noch de hoogste stofdeeltjes der wereld.
27Toen Hij de hemelen bereidde, was ik er; toen Hij een cirkel trok op het oppervlak van de diepte:
Toen Hij de wolken daarboven vestigde; toen Hij de bronnen der diepte versterkte:
Toen Hij aan de zee zijn grens gaf, zodat de wateren Zijn gebod niet zouden overschrijden; toen Hij de grondslagen der aarde stelde:
30Toen was ik bij Hem, als een voedsterling; en ik was dagelijks Zijn vreugde, altijd voor Hem spelend;
31Spelend op het bewoonde deel van Zijn aarde; en mijn verlustiging was bij de mensenkinderen.
32Nu dan, hoort naar mij, o kinderen; want zalig zijn zij die mijn wegen bewaren.
33Hoort de onderwijzing en wordt wijs, en wijst haar niet af.