Titus 1:2
“In de hoop op het eeuwige leven, dat God, die niet liegen kan, vóór de grondlegging der wereld beloofd heeft;”
Kruisverwijzingen
Context
Titus 1 — omringende verzen
Paulus, een dienstknecht van God en een apostel van Jezus Christus, overeenkomstig het geloof van Gods uitverkorenen en de kennis van de waarheid die naar de godsvrucht is;
In de hoop op het eeuwige leven, dat God, die niet liegen kan, vóór de grondlegging der wereld beloofd heeft;
Maar die Zijn woord te Zijner tijd geopenbaard heeft door de prediking, die mij is toevertrouwd naar het bevel van God, onze Zaligmaker;
4Aan Titus, mijn eigen zoon naar het gemeenschappelijk geloof: genade, barmhartigheid en vrede, van God de Vader en de Heer Jezus Christus, onze Zaligmaker.
5Om deze reden heb ik u in Kreta achtergelaten, opdat gij zoudt regelen wat nog ontbreekt en in elke stad oudsten zoudt aanstellen, zoals ik u opgedragen had;
6Als iemand onberispelijk is, de man van één vrouw, gelovige kinderen hebbende, die niet beschuldigd worden van losbandigheid of van ongehoorzaamheid.
7Want een opziener moet onberispelijk zijn als een rentmeester van God; niet eigenzinnig, niet driftig, niet aan de wijn verslaafd, niet gewelddadig, niet op schandelijke winst belust;