Titus 2:11
“Want de genade van God, die zaligheid brengt, is aan alle mensen verschenen;”
Kruisverwijzingen
Context
Titus 2 — omringende verzen
Vermaan evenzo de jonge mannen bezonnen te zijn.
7Bewijs uzelf in alles een voorbeeld van goede werken; toon in de leer onverdorvenheid, waardigheid, oprechtheid;
8Gezonde taal die niet te veroordelen is; opdat hij die van de tegenpartij is, beschaamd worde, daar hij niets kwaads van u te zeggen heeft.
9Vermaan de dienstknechten hun eigen heren gehoorzaam te zijn en hen in alles welgevallig te zijn; niet tegensprekend;
10Niet stelend, maar alle goede trouw bewijzend; opdat zij de leer van God, onze Zaligmaker, in alles mogen versieren.
Want de genade van God, die zaligheid brengt, is aan alle mensen verschenen;
En leert ons dat wij, de goddeloosheid en de wereldse lusten verloochenend, bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige wereld;
13Verwachtend de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker Jezus Christus;
14Die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.
15Spreek deze dingen, vermaan en bestraf met alle gezag. Laat niemand u verachten.