Titus 2:9
“Vermaan de dienstknechten hun eigen heren gehoorzaam te zijn en hen in alles welgevallig te zijn; niet tegensprekend;”
Kruisverwijzingen
Context
Titus 2 — omringende verzen
Opdat zij de jonge vrouwen leren bezonnen te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben,
5Bezonnen, kuis, thuisblijvend, goed, hun eigen man onderdanig; opdat het Woord van God niet gelasterd worde.
6Vermaan evenzo de jonge mannen bezonnen te zijn.
7Bewijs uzelf in alles een voorbeeld van goede werken; toon in de leer onverdorvenheid, waardigheid, oprechtheid;
8Gezonde taal die niet te veroordelen is; opdat hij die van de tegenpartij is, beschaamd worde, daar hij niets kwaads van u te zeggen heeft.
Vermaan de dienstknechten hun eigen heren gehoorzaam te zijn en hen in alles welgevallig te zijn; niet tegensprekend;
Niet stelend, maar alle goede trouw bewijzend; opdat zij de leer van God, onze Zaligmaker, in alles mogen versieren.
11Want de genade van God, die zaligheid brengt, is aan alle mensen verschenen;
12En leert ons dat wij, de goddeloosheid en de wereldse lusten verloochenend, bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige wereld;
13Verwachtend de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker Jezus Christus;
14Die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.