Titus 2:4
“Opdat zij de jonge vrouwen leren bezonnen te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben,”
Kruisverwijzingen
Context
Titus 2 — omringende verzen
Maar spreek gij de dingen die de gezonde leer betamen;
2Dat de oudere mannen nuchter zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in het geloof, in de liefde, in de standvastigheid.
3Evenzo de oudere vrouwen, dat zij een levenswijze hebben die de heiligheid betaamt, geen lasteraars zijn, niet verslaafd aan veel wijn, leraressen van het goede;
Opdat zij de jonge vrouwen leren bezonnen te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben,
Bezonnen, kuis, thuisblijvend, goed, hun eigen man onderdanig; opdat het Woord van God niet gelasterd worde.
6Vermaan evenzo de jonge mannen bezonnen te zijn.
7Bewijs uzelf in alles een voorbeeld van goede werken; toon in de leer onverdorvenheid, waardigheid, oprechtheid;
8Gezonde taal die niet te veroordelen is; opdat hij die van de tegenpartij is, beschaamd worde, daar hij niets kwaads van u te zeggen heeft.
9Vermaan de dienstknechten hun eigen heren gehoorzaam te zijn en hen in alles welgevallig te zijn; niet tegensprekend;