Terug naar Zacharia 10
VSV
Statenvertaling

Zacharia 10:5

En zij zullen zijn als helden, die hun vijanden vertreden in het slijk der straten in de strijd; en zij zullen strijden, omdat de HEER met hen is, en de ruiters te paard zullen beschaamd worden.

Kruisverwijzingen

Context

Zacharia 10 — omringende verzen

1

Vraagt van de HEER regen in de tijd van de late regen; zo zal de HEER bliksemwolken maken en hun regenbuien geven, aan ieder gras op het veld.

2

Want de afgoden hebben ijdelheid gesproken, en de waarzeggers hebben leugen gezien en valse dromen gesproken; zij troosten tevergeefs; daarom zijn zij heengegaan als een kudde, zij zijn verdrukt, omdat er geen herder was.

3

Mijn toorn is ontstoken tegen de herders, en Ik heb de bokken gestraft; want de HEER der heerscharen heeft Zijn kudde, het huis van Juda, bezocht, en heeft hen gemaakt tot Zijn sierlijk paard in de strijd.

4

Uit hem komt de hoeksteen voort, uit hem de nagel, uit hem de strijdboog, uit hem iedere heerser tezamen.

5

En zij zullen zijn als helden, die hun vijanden vertreden in het slijk der straten in de strijd; en zij zullen strijden, omdat de HEER met hen is, en de ruiters te paard zullen beschaamd worden.

6

En Ik zal het huis van Juda versterken, en het huis van Jozef zal Ik verlossen, en Ik zal hen doen terugkeren om hen te doen wonen; want Ik heb medelijden met hen; en zij zullen zijn alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben de HEER, hun God, en Ik zal hen verhoren.

7

En zij van Efraïm zullen zijn als een held, en hun hart zal zich verblijden als door wijn; ja, hun kinderen zullen het zien en zich verheugen; hun hart zal zich verblijden in de HEER.

8

Ik zal naar hen fluiten en hen verzamelen, want Ik heb hen verlost; en zij zullen vermenigvuldigen zoals zij vermenigvuldigd hebben.

9

En Ik zal hen onder de volken zaaien, en zij zullen Mij gedenken in verre landen; en zij zullen leven met hun kinderen en terugkeren.

10

Ook zal Ik hen terugbrengen uit het land Egypte, en hen verzamelen uit Assyrië; en Ik zal hen brengen in het land Gilead en de Libanon; en er zal geen plaats voor hen gevonden worden.