Terug naar Zacharia 10
VSV
Statenvertaling

Zacharia 10:6

En Ik zal het huis van Juda versterken, en het huis van Jozef zal Ik verlossen, en Ik zal hen doen terugkeren om hen te doen wonen; want Ik heb medelijden met hen; en zij zullen zijn alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben de HEER, hun God, en Ik zal hen verhoren.

Kruisverwijzingen

Context

Zacharia 10 — omringende verzen

1

Vraagt van de HEER regen in de tijd van de late regen; zo zal de HEER bliksemwolken maken en hun regenbuien geven, aan ieder gras op het veld.

2

Want de afgoden hebben ijdelheid gesproken, en de waarzeggers hebben leugen gezien en valse dromen gesproken; zij troosten tevergeefs; daarom zijn zij heengegaan als een kudde, zij zijn verdrukt, omdat er geen herder was.

3

Mijn toorn is ontstoken tegen de herders, en Ik heb de bokken gestraft; want de HEER der heerscharen heeft Zijn kudde, het huis van Juda, bezocht, en heeft hen gemaakt tot Zijn sierlijk paard in de strijd.

4

Uit hem komt de hoeksteen voort, uit hem de nagel, uit hem de strijdboog, uit hem iedere heerser tezamen.

5

En zij zullen zijn als helden, die hun vijanden vertreden in het slijk der straten in de strijd; en zij zullen strijden, omdat de HEER met hen is, en de ruiters te paard zullen beschaamd worden.

6

En Ik zal het huis van Juda versterken, en het huis van Jozef zal Ik verlossen, en Ik zal hen doen terugkeren om hen te doen wonen; want Ik heb medelijden met hen; en zij zullen zijn alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben de HEER, hun God, en Ik zal hen verhoren.

7

En zij van Efraïm zullen zijn als een held, en hun hart zal zich verblijden als door wijn; ja, hun kinderen zullen het zien en zich verheugen; hun hart zal zich verblijden in de HEER.

8

Ik zal naar hen fluiten en hen verzamelen, want Ik heb hen verlost; en zij zullen vermenigvuldigen zoals zij vermenigvuldigd hebben.

9

En Ik zal hen onder de volken zaaien, en zij zullen Mij gedenken in verre landen; en zij zullen leven met hun kinderen en terugkeren.

10

Ook zal Ik hen terugbrengen uit het land Egypte, en hen verzamelen uit Assyrië; en Ik zal hen brengen in het land Gilead en de Libanon; en er zal geen plaats voor hen gevonden worden.

11

En hij zal door de zee gaan met benauwdheid, en de golven in de zee zal Hij slaan, en al de diepten van de rivier zullen opdrogen; en de hoogmoed van Assyrië zal neergeworpen worden, en de schepter van Egypte zal wegwijken.