Zacharia 11:1
“Open uw poorten, o Libanon, opdat het vuur uw ceders vertere.”
Kruisverwijzingen
Context
Zacharia 11 — omringende verzen
Open uw poorten, o Libanon, opdat het vuur uw ceders vertere.
Huil, cypres, want de ceder is gevallen; omdat de machtigen vernield zijn. Huilt, gij eiken van Basan, want het ontoegankelijke woud is omgehouwen.
3Er is een stem van gejammer der herders, want hun heerlijkheid is vernield; een stem van gebrul der jonge leeuwen, want de pracht van de Jordaan is vernield.
4Zo zegt de HEER, mijn God: Weid de slachtkudde,
5wier bezitters hen doden en zich niet schuldig achten, en wier verkopers zeggen: Geloofd zij de HEER, want ik ben rijk geworden; en hun eigen herders sparen hen niet.
6Want Ik zal de bewoners des lands niet meer sparen, zegt de HEER; maar zie, Ik zal de mensen overleveren, een ieder in de hand van zijn naaste en in de hand van zijn koning; en zij zullen het land te gronde slaan, en uit hun hand zal Ik hen niet bevrijden.