Zacharia 11:2
“Huil, cypres, want de ceder is gevallen; omdat de machtigen vernield zijn. Huilt, gij eiken van Basan, want het ontoegankelijke woud is omgehouwen.”
Kruisverwijzingen
Context
Zacharia 11 — omringende verzen
Open uw poorten, o Libanon, opdat het vuur uw ceders vertere.
Huil, cypres, want de ceder is gevallen; omdat de machtigen vernield zijn. Huilt, gij eiken van Basan, want het ontoegankelijke woud is omgehouwen.
Er is een stem van gejammer der herders, want hun heerlijkheid is vernield; een stem van gebrul der jonge leeuwen, want de pracht van de Jordaan is vernield.
4Zo zegt de HEER, mijn God: Weid de slachtkudde,
5wier bezitters hen doden en zich niet schuldig achten, en wier verkopers zeggen: Geloofd zij de HEER, want ik ben rijk geworden; en hun eigen herders sparen hen niet.
6Want Ik zal de bewoners des lands niet meer sparen, zegt de HEER; maar zie, Ik zal de mensen overleveren, een ieder in de hand van zijn naaste en in de hand van zijn koning; en zij zullen het land te gronde slaan, en uit hun hand zal Ik hen niet bevrijden.
7Zo weidde ik de slachtkudde, ja u, ellendigen der kudde. En ik nam voor mij twee staven; de ene noemde ik Lieflijkheid, en de andere noemde ik Banden; en ik weidde de kudde.