Zacharia 14:11
“En men zal daarin wonen, en er zal geen ban meer zijn; maar Jeruzalem zal veilig bewoond worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Zacharia 14 — omringende verzen
En het zal geschieden te dien dage, dat het licht niet helder noch donker zal zijn.
7Maar het zal één dag zijn, die de HEER bekend zal zijn, niet dag noch nacht; maar het zal geschieden dat het tegen de avondtijd licht zal zijn.
8En het zal geschieden te dien dage, dat er levende wateren uit Jeruzalem zullen uitgaan, de helft ervan naar de oostzee, en de helft ervan naar de westzee; in de zomer en in de winter zal het zo zijn.
9En de HEER zal Koning zijn over de gehele aarde; te dien dage zal er één HEER zijn, en Zijn Naam één.
10Het gehele land zal veranderd worden in een vlakte, van Geba tot Rimmon, ten zuiden van Jeruzalem; en het zal verhoogd en bewoond worden op zijn plaats, van de poort van Benjamin tot aan de plaats van de eerste poort, tot aan de Hoekpoort, en van de toren van Hananeël tot aan de wijnpersen des konings.
En men zal daarin wonen, en er zal geen ban meer zijn; maar Jeruzalem zal veilig bewoond worden.
En dit zal de plaag zijn waarmee de HEER al de volken zal slaan die tegen Jeruzalem gestreden hebben: hun vlees zal wegteren terwijl zij op hun voeten staan, en hun ogen zullen wegteren in hun holten, en hun tong zal wegteren in hun mond.
13En het zal geschieden te dien dage, dat er een grote verwarring van de HEER onder hen zal zijn; en zij zullen een ieder de hand van zijn naaste grijpen, en zijn hand zal zich verheffen tegen de hand van zijn naaste.
14En ook Juda zal strijden bij Jeruzalem; en de rijkdom van al de heidenen rondom zal verzameld worden: goud, en zilver, en kleding, in grote overvloed.
15En zo zal de plaag zijn van het paard, van de muilezel, van de kameel, en van de ezel, en van al het vee dat in die legers zal zijn, als deze plaag.
16En het zal geschieden dat een ieder die overgebleven is uit al de heidenen die tegen Jeruzalem gekomen zijn, van jaar tot jaar zal optrekken om de Koning, de HEER der heerscharen, te aanbidden, en om het Loofhuttenfeest te vieren.