Zacharia 7:4
“Toen kwam het woord des HEREN der heerscharen tot mij, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Zacharia 7 — omringende verzen
En het geschiedde in het vierde jaar van koning Darius, dat het woord des HEREN kwam tot Zacharia, op de vierde dag van de negende maand, namelijk Kislev;
2Toen zij naar het huis Gods gezonden hadden Serezer en Regem-Melech en hun mannen, om te bidden voor het aangezicht des HEREN,
3En om te spreken tot de priesters die in het huis des HEREN der heerscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, zoals ik gedaan heb nu zo vele jaren?
Toen kwam het woord des HEREN der heerscharen tot mij, zeggende:
Spreek tot het ganse volk des lands en tot de priesters, zeggende: Toen gij vastte en rouw bedreeft in de vijfde en in de zevende maand, en dat wel zeventig jaar lang, hebt gij dan voor Mij gevast, ja, voor Mij?
6En toen gij at en toen gij dronkt, waart gij het niet die at en die dronk?
7Zoudt gij niet horen de woorden die de HEER geroepen heeft door de vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond was en voorspoedig, en haar steden rondom haar, toen het zuiden en de laagte bewoond werden?
8En het woord des HEREN kwam tot Zacharia, zeggende:
9Zo spreekt de HEER der heerscharen, zeggende: Oefent waarachtig recht, en bewijst ieder barmhartigheid en ontfermingen jegens zijn broeder;