Zefanja 3:2
“Zij gehoorzaamde de stem niet; zij nam geen vermaning aan; zij vertrouwde niet op de HEER; zij naderde niet tot haar God.”
Kruisverwijzingen
Context
Zefanja 3 — omringende verzen
Wee haar die vuil en bevlekt is, de verdrukkende stad!
Zij gehoorzaamde de stem niet; zij nam geen vermaning aan; zij vertrouwde niet op de HEER; zij naderde niet tot haar God.
Haar vorsten in haar midden zijn brullende leeuwen; haar rechters zijn wolven in de avond; zij knagen de beenderen niet tot de volgende morgen.
4Haar profeten zijn lichtzinnige en trouweloze lieden; haar priesters hebben het heiligdom ontheiligd, zij hebben geweld aangedaan aan de wet.
5De rechtvaardige HEER is in haar midden; Hij doet geen onrecht; elke morgen brengt Hij zijn oordeel aan het licht, het ontbreekt Hem niet; maar de onrechtvaardige kent geen schaamte.
6Ik heb de volken uitgeroeid; hun torens zijn verlaten; Ik heb hun straten woest gemaakt, zodat niemand er doorheen gaat; hun steden zijn verwoest, zodat er geen mens is, geen inwoner meer.
7Ik zeide: Voorwaar, gij zult Mij vrezen, gij zult vermaning aannemen; zodat hun woning niet zou worden uitgeroeid, hoe Ik hen ook gestraft heb; maar zij stonden vroeg op en verdierven al hun daden.