BijbelPsalmenHoofdstuk 142

Psalmen 142

VorigeVolgende
Statenvertaling · VSV
1

Ik riep tot de HEER met mijn stem; met mijn stem smeekte ik de HEER.

2

Ik stortte mijn klacht voor Zijn aangezicht uit; ik maakte mijn benauwdheid bekend voor Zijn aangezicht.

3

Toen mijn geest in mij bezwijmde, kende U mijn pad. Op de weg die ik bewandelde, hebben zij heimelijk een strik voor mij gelegd.

4

Ik sloeg mijn ogen op naar rechts en zag, maar er was niemand die mij kende; een toevlucht ontbrak mij; niemand bekommerde zich om mijn ziel.

5

Ik riep tot U, o HEER; ik zeide: U bent mijn toevlucht en mijn deel in het land der levenden.

6

Sla acht op mijn roepen, want ik ben zeer diep neergebogen; red mij van mijn vervolgers, want zij zijn sterker dan ik.

7

Breng mijn ziel uit de gevangenis, opdat ik Uw naam love; de rechtvaardigen zullen mij omringen, want U zult mij weldadig handelen.

7 verzen

Statenvertaling

VorigeVolgende