VSV
Statenvertaling1 Koningen 17:1
“En Elia, de Tisbiet, die onder de inwoners van Gilead was, zei tot Achab: Zo waarlijk als de HEER, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta — er zal deze jaren geen dauw noch regen zijn, dan alleen naar mijn woord.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 17 — omringende verzen
1
2En Elia, de Tisbiet, die onder de inwoners van Gilead was, zei tot Achab: Zo waarlijk als de HEER, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta — er zal deze jaren geen dauw noch regen zijn, dan alleen naar mijn woord.
En het woord van de HEER kwam tot hem, en zei:
3Ga van hier weg, wend u naar het oosten en verberg u bij de beek Krith, die voor de Jordaan ligt.
4En het zal geschieden, dat u van de beek zult drinken; en Ik heb de raven geboden u daar te spijzen.
5Zo ging hij en deed naar het woord van de HEER; want hij ging heen en woonde bij de beek Krith, die voor de Jordaan ligt.
6En de raven brachten hem 's morgens brood en vlees, en 's avonds brood en vlees; en hij dronk van de beek.