1 Koningen 17:6
“En de raven brachten hem 's morgens brood en vlees, en 's avonds brood en vlees; en hij dronk van de beek.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 17 — omringende verzen
En Elia, de Tisbiet, die onder de inwoners van Gilead was, zei tot Achab: Zo waarlijk als de HEER, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta — er zal deze jaren geen dauw noch regen zijn, dan alleen naar mijn woord.
2En het woord van de HEER kwam tot hem, en zei:
3Ga van hier weg, wend u naar het oosten en verberg u bij de beek Krith, die voor de Jordaan ligt.
4En het zal geschieden, dat u van de beek zult drinken; en Ik heb de raven geboden u daar te spijzen.
5Zo ging hij en deed naar het woord van de HEER; want hij ging heen en woonde bij de beek Krith, die voor de Jordaan ligt.
En de raven brachten hem 's morgens brood en vlees, en 's avonds brood en vlees; en hij dronk van de beek.
En het geschiedde na verloop van tijd, dat de beek opdroogde, omdat er geen regen in het land gevallen was.
8En het woord van de HEER kwam tot hem, en zei:
9Sta op, ga naar Zarfath, dat bij Sidon hoort, en woon daar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden u te onderhouden.
10Zo stond hij op en ging naar Zarfath. En toen hij aan de poort van de stad kwam, zie, daar was de weduwvrouw, die hout raapte; en hij riep haar toe en zei: Haal mij toch een weinig water in een vat, opdat ik drinke.
11En toen zij het ging halen, riep hij haar toe en zei: Breng mij toch ook een stuk brood in uw hand.