1 Koningen 17:4
“En het zal geschieden, dat u van de beek zult drinken; en Ik heb de raven geboden u daar te spijzen.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 17 — omringende verzen
En Elia, de Tisbiet, die onder de inwoners van Gilead was, zei tot Achab: Zo waarlijk als de HEER, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta — er zal deze jaren geen dauw noch regen zijn, dan alleen naar mijn woord.
2En het woord van de HEER kwam tot hem, en zei:
3Ga van hier weg, wend u naar het oosten en verberg u bij de beek Krith, die voor de Jordaan ligt.
En het zal geschieden, dat u van de beek zult drinken; en Ik heb de raven geboden u daar te spijzen.
Zo ging hij en deed naar het woord van de HEER; want hij ging heen en woonde bij de beek Krith, die voor de Jordaan ligt.
6En de raven brachten hem 's morgens brood en vlees, en 's avonds brood en vlees; en hij dronk van de beek.
7En het geschiedde na verloop van tijd, dat de beek opdroogde, omdat er geen regen in het land gevallen was.
8En het woord van de HEER kwam tot hem, en zei:
9Sta op, ga naar Zarfath, dat bij Sidon hoort, en woon daar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden u te onderhouden.