Terug naar 1 Koningen 18
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 18:21

En Elia trad tot het gehele volk en zei: Hoelang hinkt u op twee gedachten? Indien de HEER God is, volg Hem; maar indien Baäl, volg hem. En het volk antwoordde hem geen woord.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 18 — omringende verzen

16

Zo ging Obadja Achab tegemoet en berichtte het hem; en Achab ging Elia tegemoet.

17

En het geschiedde, toen Achab Elia zag, dat Achab tot hem zei: Zijt u dat, die Israël in het verderf stort?

18

En hij antwoordde: Ik heb Israël niet in het verderf gestort, maar u en het huis van uw vader, doordat u de geboden van de HEER verlaten hebt en de Baäls nagevolgd hebt.

19

Zend nu dan en vergader tot mij heel Israël op de berg Karmel, en de vierhonderdvijftig profeten van Baäl, en de vierhonderd profeten van de gewijde bossen, die aan Izebels tafel eten.

20

Zo zond Achab tot alle kinderen van Israël en verzamelde de profeten op de berg Karmel.

21

En Elia trad tot het gehele volk en zei: Hoelang hinkt u op twee gedachten? Indien de HEER God is, volg Hem; maar indien Baäl, volg hem. En het volk antwoordde hem geen woord.

22

Toen zei Elia tot het volk: Ik alleen ben overgebleven als profeet van de HEER; maar de profeten van Baäl zijn vierhonderdvijftig man.

23

Laat men ons dan twee stieren geven; en laten zij de ene stier voor zichzelf kiezen en hem in stukken houwen en op het hout leggen, maar geen vuur eronder steken; en ik zal de andere stier bereiden en op het hout leggen, en geen vuur eronder steken.

24

En roept u de naam van uw goden aan, en ik zal de naam van de HEER aanroepen; en de God die met vuur antwoordt, Die zij God. En het gehele volk antwoordde en zei: Dat is goed gesproken.

25

En Elia zei tot de profeten van Baäl: Kies voor uzelf de ene stier en bereidt hem eerst; want u bent met velen; en roept de naam van uw goden aan, maar steekt geen vuur eronder.

26

En zij namen de stier die hun gegeven was en bereidden hem, en riepen de naam van Baäl aan van de morgen tot de middag, en zeiden: O Baäl, verhoor ons. Maar er was geen stem, noch iemand die antwoordde. En zij sprongen om het altaar dat zij gemaakt hadden.