1 Koningen 18:26
“En zij namen de stier die hun gegeven was en bereidden hem, en riepen de naam van Baäl aan van de morgen tot de middag, en zeiden: O Baäl, verhoor ons. Maar er was geen stem, noch iemand die antwoordde. En zij sprongen om het altaar dat zij gemaakt hadden.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 18 — omringende verzen
En Elia trad tot het gehele volk en zei: Hoelang hinkt u op twee gedachten? Indien de HEER God is, volg Hem; maar indien Baäl, volg hem. En het volk antwoordde hem geen woord.
22Toen zei Elia tot het volk: Ik alleen ben overgebleven als profeet van de HEER; maar de profeten van Baäl zijn vierhonderdvijftig man.
23Laat men ons dan twee stieren geven; en laten zij de ene stier voor zichzelf kiezen en hem in stukken houwen en op het hout leggen, maar geen vuur eronder steken; en ik zal de andere stier bereiden en op het hout leggen, en geen vuur eronder steken.
24En roept u de naam van uw goden aan, en ik zal de naam van de HEER aanroepen; en de God die met vuur antwoordt, Die zij God. En het gehele volk antwoordde en zei: Dat is goed gesproken.
25En Elia zei tot de profeten van Baäl: Kies voor uzelf de ene stier en bereidt hem eerst; want u bent met velen; en roept de naam van uw goden aan, maar steekt geen vuur eronder.
En zij namen de stier die hun gegeven was en bereidden hem, en riepen de naam van Baäl aan van de morgen tot de middag, en zeiden: O Baäl, verhoor ons. Maar er was geen stem, noch iemand die antwoordde. En zij sprongen om het altaar dat zij gemaakt hadden.
En het geschiedde op de middag, dat Elia hen bespotte en zei: Roept luider, want hij is een god; misschien is hij in gesprek, of hij heeft iets te verrichten, of hij is op reis; misschien slaapt hij en moet gewekt worden.
28En zij riepen luider en sneden zichzelf naar hun gewoonte met messen en lansen, totdat het bloed over hen uitvloeide.
29En het geschiedde, nadat de middag voorbij was, dat zij profeteerden tot de tijd van het brengen van het avondoffer; maar er was geen stem, noch iemand die antwoordde, noch iemand die aandacht schonk.
30En Elia zei tot het gehele volk: Treedt nader tot mij. En het gehele volk trad nader tot hem. En hij herstelde het altaar van de HEER, dat verbroken was.
31En Elia nam twaalf stenen, naar het getal van de stammen van de zonen van Jakob, tot wie het woord van de HEER gekomen was en had gezegd: Israël zal uw naam zijn.