Terug naar 1 Koningen 19
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 19:10

En hij zeide: Ik heb zeer ijverig geijverd voor de HEER, de God der heerscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik, ik alleen, ben overgebleven; en zij zoeken mijn leven om het weg te nemen.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 19 — omringende verzen

5

En terwijl hij lag te slapen onder de jeneverboom, zie, toen raakte een engel hem aan en zeide tot hem: Sta op en eet.

6

En hij zag, en zie, aan zijn hoofdeinde was een koek gebakken op hete kolen, en een kruik water. En hij at en dronk en legde zich weder neer.

7

En de engel van de HEER kwam ten tweeden male terug, raakte hem aan en zeide: Sta op en eet; want de reis is te groot voor u.

8

En hij stond op en at en dronk, en hij wandelde in de kracht van die spijs veertig dagen en veertig nachten tot aan Horeb, de berg Gods.

9

En hij kwam daar tot een spelonk en overnachtte daar; en zie, het woord van de HEER kwam tot hem, en Hij zeide tot hem: Wat doet u hier, Elia?

10

En hij zeide: Ik heb zeer ijverig geijverd voor de HEER, de God der heerscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik, ik alleen, ben overgebleven; en zij zoeken mijn leven om het weg te nemen.

11

En Hij zeide: Ga naar buiten en sta op de berg voor het aangezicht van de HEER. En zie, de HEER ging voorbij, en een grote en sterke wind spleet de bergen en verbrijzelde de rotsen voor de HEER; maar de HEER was niet in de wind; en na de wind een aardbeving; maar de HEER was niet in de aardbeving;

12

En na de aardbeving een vuur; maar de HEER was niet in het vuur; en na het vuur een stil, zacht gefluister.

13

En het geschiedde toen Elia het hoorde, dat hij zijn aangezicht hulde in zijn mantel en naar buiten ging en stond in de ingang van de spelonk. En zie, er kwam een stem tot hem en zeide: Wat doet u hier, Elia?

14

En hij zeide: Ik heb zeer ijverig geijverd voor de HEER, de God der heerscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik, ik alleen, ben overgebleven; en zij zoeken mijn leven om het weg te nemen.

15

En de HEER zeide tot hem: Ga, keer terug op uw weg naar de woestijn van Damascus; en wanneer u daar komt, zalf Hazaël tot koning over Syrië;