1 Koningen 19:9
“En hij kwam daar tot een spelonk en overnachtte daar; en zie, het woord van de HEER kwam tot hem, en Hij zeide tot hem: Wat doet u hier, Elia?”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 19 — omringende verzen
Maar hij zelf trok een dagreis ver de woestijn in, en hij kwam en zette zich neer onder een jeneverboom; en hij bad dat hij mocht sterven en zeide: Het is genoeg; neem nu, o HEER, mijn ziel weg; want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
5En terwijl hij lag te slapen onder de jeneverboom, zie, toen raakte een engel hem aan en zeide tot hem: Sta op en eet.
6En hij zag, en zie, aan zijn hoofdeinde was een koek gebakken op hete kolen, en een kruik water. En hij at en dronk en legde zich weder neer.
7En de engel van de HEER kwam ten tweeden male terug, raakte hem aan en zeide: Sta op en eet; want de reis is te groot voor u.
8En hij stond op en at en dronk, en hij wandelde in de kracht van die spijs veertig dagen en veertig nachten tot aan Horeb, de berg Gods.
En hij kwam daar tot een spelonk en overnachtte daar; en zie, het woord van de HEER kwam tot hem, en Hij zeide tot hem: Wat doet u hier, Elia?
En hij zeide: Ik heb zeer ijverig geijverd voor de HEER, de God der heerscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik, ik alleen, ben overgebleven; en zij zoeken mijn leven om het weg te nemen.
11En Hij zeide: Ga naar buiten en sta op de berg voor het aangezicht van de HEER. En zie, de HEER ging voorbij, en een grote en sterke wind spleet de bergen en verbrijzelde de rotsen voor de HEER; maar de HEER was niet in de wind; en na de wind een aardbeving; maar de HEER was niet in de aardbeving;
12En na de aardbeving een vuur; maar de HEER was niet in het vuur; en na het vuur een stil, zacht gefluister.
13En het geschiedde toen Elia het hoorde, dat hij zijn aangezicht hulde in zijn mantel en naar buiten ging en stond in de ingang van de spelonk. En zie, er kwam een stem tot hem en zeide: Wat doet u hier, Elia?
14En hij zeide: Ik heb zeer ijverig geijverd voor de HEER, de God der heerscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik, ik alleen, ben overgebleven; en zij zoeken mijn leven om het weg te nemen.