1 Koningen 4:18
“Simeï, de zoon van Ela, in Benjamin;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 4 — omringende verzen
De zoon van Geber, in Ramot-Gilead; hem behoorden de vlekken van Jaïr, de zoon van Manasse, die in Gilead liggen; hem behoorde ook het gewest Argob, dat in Basan ligt, zestig grote steden met muren en koperen grendels;
14Ahinadab, de zoon van Iddo, had Mahanaïm;
15Ahimaäz was in Naftali; hij nam ook Basmat, de dochter van Salomo, tot vrouw;
16Baäna, de zoon van Husai, was in Aser en in Alot;
17Josafat, de zoon van Paru'ach, in Issaschar;
Simeï, de zoon van Ela, in Benjamin;
Geber, de zoon van Uri, was in het land Gilead, in het land van Sihon, de koning der Amorieten, en van Og, de koning van Basan; en hij was de enige opziener die in dat land was.
20Juda en Israël waren talrijk als het zand aan de zee in menigte, etende en drinkende en vrolijk zijnde.
21En Salomo regeerde over alle koninkrijken van de rivier tot het land der Filistijnen en tot aan de grens van Egypte; zij brachten geschenken en dienden Salomo al de dagen van zijn leven.
22En de dagelijkse spijsvoorziening van Salomo was dertig kor fijn meel en zestig kor meel,
23Tien gemeste runderen en twintig runderen uit de weiden en honderd schapen, buiten herten en reeën en damherten en gemest gevogelte.