1 Koningen 4:16
“Baäna, de zoon van Husai, was in Aser en in Alot;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 4 — omringende verzen
De zoon van Abinadab, in heel het gewest van Dor; hij had Tafath, de dochter van Salomo, tot vrouw;
12Baäna, de zoon van Ahilud; hem behoorden Taänach en Megiddo, en heel Bet-Sean, dat bij Zartana ligt, beneden Jizreël, van Bet-Sean tot Abel-Mehola, ja tot voorbij Jokneam;
13De zoon van Geber, in Ramot-Gilead; hem behoorden de vlekken van Jaïr, de zoon van Manasse, die in Gilead liggen; hem behoorde ook het gewest Argob, dat in Basan ligt, zestig grote steden met muren en koperen grendels;
14Ahinadab, de zoon van Iddo, had Mahanaïm;
15Ahimaäz was in Naftali; hij nam ook Basmat, de dochter van Salomo, tot vrouw;
Baäna, de zoon van Husai, was in Aser en in Alot;
Josafat, de zoon van Paru'ach, in Issaschar;
18Simeï, de zoon van Ela, in Benjamin;
19Geber, de zoon van Uri, was in het land Gilead, in het land van Sihon, de koning der Amorieten, en van Og, de koning van Basan; en hij was de enige opziener die in dat land was.
20Juda en Israël waren talrijk als het zand aan de zee in menigte, etende en drinkende en vrolijk zijnde.
21En Salomo regeerde over alle koninkrijken van de rivier tot het land der Filistijnen en tot aan de grens van Egypte; zij brachten geschenken en dienden Salomo al de dagen van zijn leven.