Terug naar 1 Kronieken 15
VSV
Statenvertaling

1 Kronieken 15:17

Zo stelden de Levieten aan Heman, de zoon van Joël, en van zijn broeders Asaf, de zoon van Berechja, en van de zonen van Merari, hun broeders, Ethan, de zoon van Kusaja;

Kruisverwijzingen

Context

1 Kronieken 15 — omringende verzen

12

En hij zeide tot hen: Gij zijt de hoofden van de vaderlijke huizen der Levieten; heiligt uzelf, gij en uw broeders, opdat gij de ark des HEREN, de God van Israël, kunt opbrengen naar de plaats die ik daarvoor bereid heb.

13

Want omdat gij het de eerste keer niet gedaan hebt, heeft de HEER, onze God, een bres onder ons gemaakt, omdat wij Hem niet gezocht hebben naar de rechte wijze.

14

Zo heiligden de priesters en de Levieten zich, om de ark des HEREN, de God van Israël, op te brengen.

15

En de zonen der Levieten droegen de ark Gods op hun schouders met de draagstokken, zoals Mozes geboden had overeenkomstig het woord des HEREN.

16

En David zeide tot de oversten der Levieten dat zij hun broeders, de zangers, zouden aanstellen met muziekinstrumenten, luiten en harpen en cimbalen, luid klinkend, om de stem met vreugde te verheffen.

17

Zo stelden de Levieten aan Heman, de zoon van Joël, en van zijn broeders Asaf, de zoon van Berechja, en van de zonen van Merari, hun broeders, Ethan, de zoon van Kusaja;

18

En met hen hun broeders van de tweede rang: Zacharia, Ben en Jaäziël, en Semiramoth en Jehiël en Unni, Eliab en Benaja en Maäseja en Mattithja en Elifeleh en Mikneja, en Obed-Edom en Jeiël, de poortwachters.

19

De zangers Heman, Asaf en Ethan waren aangesteld om te klinken met koperen cimbalen;

20

En Zacharia en Aziël en Semiramoth en Jehiël en Unni, en Eliab en Maäseja en Benaja, met luiten op Alamoth;

21

En Mattithja en Elifeleh en Mikneja en Obed-Edom, en Jeiël en Azazja, met harpen op de Seminith, om te leiden.

22

En Chenanja, overste der Levieten over de zang, leidde de zang, want hij was ervaren.