1 Kronieken 15:20
“En Zacharia en Aziël en Semiramoth en Jehiël en Unni, en Eliab en Maäseja en Benaja, met luiten op Alamoth;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 15 — omringende verzen
En de zonen der Levieten droegen de ark Gods op hun schouders met de draagstokken, zoals Mozes geboden had overeenkomstig het woord des HEREN.
16En David zeide tot de oversten der Levieten dat zij hun broeders, de zangers, zouden aanstellen met muziekinstrumenten, luiten en harpen en cimbalen, luid klinkend, om de stem met vreugde te verheffen.
17Zo stelden de Levieten aan Heman, de zoon van Joël, en van zijn broeders Asaf, de zoon van Berechja, en van de zonen van Merari, hun broeders, Ethan, de zoon van Kusaja;
18En met hen hun broeders van de tweede rang: Zacharia, Ben en Jaäziël, en Semiramoth en Jehiël en Unni, Eliab en Benaja en Maäseja en Mattithja en Elifeleh en Mikneja, en Obed-Edom en Jeiël, de poortwachters.
19De zangers Heman, Asaf en Ethan waren aangesteld om te klinken met koperen cimbalen;
En Zacharia en Aziël en Semiramoth en Jehiël en Unni, en Eliab en Maäseja en Benaja, met luiten op Alamoth;
En Mattithja en Elifeleh en Mikneja en Obed-Edom, en Jeiël en Azazja, met harpen op de Seminith, om te leiden.
22En Chenanja, overste der Levieten over de zang, leidde de zang, want hij was ervaren.
23En Berechja en Elkana waren poortwachters bij de ark.
24En Sebanja en Josafat en Nethaneël en Amasai, en Zacharia en Benaja en Eliëzer, de priesters, bliezen op de trompetten voor de ark Gods; en Obed-Edom en Jehia waren poortwachters bij de ark.
25Zo gingen David en de oudsten van Israël en de oversten der duizenden heen om de ark van het verbond des HEREN met vreugde op te brengen uit het huis van Obed-Edom.