Terug naar 1 Kronieken 21
VSV
Statenvertaling

1 Kronieken 21:19

En David ging op naar het woord van Gad, dat hij gesproken had in de naam des HEREN.

Kruisverwijzingen

Context

1 Kronieken 21 — omringende verzen

14

Toen zond de HEER een pest over Israël; en er vielen van Israël zeventigduizend man.

15

En God zond een engel naar Jeruzalem om het te verderven; en terwijl hij verdierf, aanschouwde de HEER het, en Hij berouwde Hem over het onheil en zeide tot de engel die verdierf: Het is genoeg, trek uw hand nu terug. En de engel des HEREN stond bij de dorsvloer van Ornan de Jebusiet.

16

En David hief zijn ogen op en zag de engel des HEREN staan tussen de aarde en de hemel, met een getrokken zwaard in zijn hand, uitgestrekt over Jeruzalem. Toen vielen David en de oudsten van Israël, die in zakken gekleed waren, op hun aangezicht.

17

En David zeide tot God: Ben ik het niet die het bevel gaf het volk te tellen? Ja, ik ben het die gezondigd en werkelijk kwaad gedaan heb; maar deze schapen, wat hebben zij gedaan? HEER, mijn God, laat Uw hand toch op mij en op het huis van mijn vader zijn, maar niet op Uw volk, dat zij geslagen worden.

18

Toen gebood de engel des HEREN Gad om David te zeggen dat David moest opgaan en een altaar voor de HEER oprichten op de dorsvloer van Ornan de Jebusiet.

19

En David ging op naar het woord van Gad, dat hij gesproken had in de naam des HEREN.

20

En Ornan keerde zich om en zag de engel; en zijn vier zonen die bij hem waren, verborgen zich. Nu was Ornan bezig tarwe te dorsen.

21

En toen David naar Ornan toe kwam, sloeg Ornan zijn ogen op, zag David, en ging de dorsvloer uit, en boog zich voor David neer met zijn aangezicht ter aarde.

22

Toen zeide David tot Ornan: Geef mij de plaats van deze dorsvloer, opdat ik daarop een altaar voor de HEER bouw; geef mij die voor de volle prijs, opdat de plaag van het volk geweerd worde.

23

En Ornan zeide tot David: Neem hem voor u, en mijn heer de koning doe wat goed is in zijn ogen; zie, ik geef ook de runderen voor de brandoffers, en de dorsinstrumenten voor het hout, en de tarwe voor het spijsoffer; ik geef dit alles.

24

Maar de koning David zeide tot Ornan: Neen, maar ik zal het zekerlijk voor de volle prijs kopen; want ik zal het uwe niet voor de HEER nemen, noch brandoffers brengen zonder kosten.