1 Kronieken 26:23
“Van de Amramieten, de Jizharieten, de Hebronieten en de Uzziëlieten:”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 26 — omringende verzen
Bij Parbar aan de westzijde vier bij de oprijlaan, en twee bij Parbar.
19Dit zijn de afdelingen van de poortwachters onder de zonen van Kore, en onder de zonen van Merari.
20En van de Levieten was Ahija aangesteld over de schatten van het huis van God, en over de schatten van de gewijde gaven.
21Aangaande de zonen van Laädan: de zonen van de Gersjoniet Laädan, hoofdvaders, ja van Laädan de Gersjoniet, was Jehiël.
22De zonen van Jehiël: Zetham en zijn broeder Joël, die aangesteld waren over de schatten van het huis van de HEER.
Van de Amramieten, de Jizharieten, de Hebronieten en de Uzziëlieten:
En Sebuel, de zoon van Gersom, de zoon van Mozes, was opziener over de schatten.
25En zijn broeders door Eliëzer: zijn zoon Rehabia, en zijn zoon Jesaja, en zijn zoon Joram, en zijn zoon Zichri, en zijn zoon Selomith.
26Deze Selomith en zijn broeders waren aangesteld over alle schatten van de gewijde gaven, die koning David, en de hoofdvaders, de oversten over duizenden en honderden, en de legeroversten, geheiligd hadden.
27Uit de buit gewonnen in veldslagen hadden zij die gewijd ter onderhoud van het huis van de HEER.
28En alles wat Samuël de ziener, en Saul de zoon van Kis, en Abner de zoon van Ner, en Joab de zoon van Zeruja, geheiligd hadden; en al wat iemand geheiligd had, dat was onder het beheer van Selomith en zijn broeders.