1 Kronieken 4:12
“En Eston verwekte Bet-Rafa, en Paseah, en Tehinna, de vader van Ir-Nahas. Dit zijn de mannen van Recha.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 4 — omringende verzen
En de zonen van Hela waren: Zeret, en Jezoar, en Etnan.
8En Koz verwekte Anub, en Zobeba, en de geslachten van Aharhel, de zoon van Harum.
9En Jabez was achtenswaardiger dan zijn broeders; en zijn moeder noemde zijn naam Jabez, zeggende: Omdat ik hem met smart gebaard heb.
10En Jabez riep de God van Israël aan en zeide: O, dat U mij rijkelijk zoudt zegenen en mijn gebied vergroten, en dat Uw hand met mij zou zijn, en dat U mij van het kwaad zou bewaren, zodat het mij niet bedroeft! En God gaf hem wat hij verzocht had.
11En Kelub, de broeder van Sua, verwekte Mehir, die de vader van Eston was.
En Eston verwekte Bet-Rafa, en Paseah, en Tehinna, de vader van Ir-Nahas. Dit zijn de mannen van Recha.
En de zonen van Kenaz: Otniël en Seraja; en de zonen van Otniël: Hatat.
14En Meonothai verwekte Ofra; en Seraja verwekte Joab, de vader van het dal Charasim, want zij waren handwerkslieden.
15En de zonen van Kaleb, de zoon van Jefunne: Iru, Ela en Naam; en de zonen van Ela, namelijk Kenaz.
16En de zonen van Jehalleël: Zif, en Zifa, Tirja en Asareël.
17En de zonen van Ezra waren: Jeter, en Mered, en Efer, en Jalon; en zij baarde Mirjam, en Sammai, en Jisbah, de vader van Estemoa.