1 Kronieken 4:3
“En dezen behoorden tot de vader van Etam: Jizreël, en Isma, en Idbas; en de naam van hun zuster was Hazeëlponi;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 4 — omringende verzen
De zonen van Juda: Perez, Hezron, en Karmi, en Hur, en Sobal.
2En Reaja, de zoon van Sobal, verwekte Jahat; en Jahat verwekte Ahumai en Lahad. Dit zijn de geslachten van de Zorattieten.
En dezen behoorden tot de vader van Etam: Jizreël, en Isma, en Idbas; en de naam van hun zuster was Hazeëlponi;
En Penuël, de vader van Gedor, en Ezer, de vader van Husa. Dit zijn de zonen van Hur, de eerstgeborene van Efrata, de vader van Bethlehem.
5En Assur, de vader van Tekoa, had twee vrouwen: Hela en Naara.
6En Naara baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Temeni, en Ha-ahastari. Dit waren de zonen van Naara.
7En de zonen van Hela waren: Zeret, en Jezoar, en Etnan.
8En Koz verwekte Anub, en Zobeba, en de geslachten van Aharhel, de zoon van Harum.