1 Kronieken 5:13
“En hun broeders naar het huis van hun vaderen waren: Michaël en Mesullam en Seba en Jorai en Jachan en Zia en Heber: zeven.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 5 — omringende verzen
en Bela, de zoon van Azaz, de zoon van Sema, de zoon van Joël, die in Aroër woonde, tot aan Nebo en Baäl-Meon toe.
9En naar het oosten toe woonde hij tot aan de ingang van de woestijn, vanaf de rivier de Eufraat, want hun vee was vermenigvuldigd in het land Gilead.
10En in de dagen van Saul voerden zij oorlog met de Hagarieten, die door hun hand vielen, zodat zij in hun tenten woonden, in heel het oostelijk gebied van Gilead.
11En de zonen van Gad woonden tegenover hen, in het land Basan, tot aan Salcha toe:
12Joël, het hoofd, en Safam, de tweede, en Jaänai en Safat in Basan.
En hun broeders naar het huis van hun vaderen waren: Michaël en Mesullam en Seba en Jorai en Jachan en Zia en Heber: zeven.
Dit zijn de zonen van Abihaïl, de zoon van Huri, de zoon van Jaroah, de zoon van Gilead, de zoon van Michaël, de zoon van Jesisai, de zoon van Jahdo, de zoon van Buz.
15Ahi, de zoon van Abdiël, de zoon van Guni, was het hoofd van het huis van hun vaderen.
16En zij woonden in Gilead, in Basan en in haar onderhorige plaatsen, en in alle omliggende weiden van Saron, tot aan hun grenzen toe.
17Dezen allen werden in de geslachtsregisters opgetekend in de dagen van Jotham, de koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, de koning van Israël.
18De zonen van Ruben en de Gadieten en de halve stam van Manasse, uit dappere mannen, mannen die schild en zwaard konden hanteren en met de boog konden schieten en geoefend waren in de oorlog, waren vierenveertigduizend zevenhonderdzestig, die ten strijde uittrokken.