1 Kronieken 5:18
“De zonen van Ruben en de Gadieten en de halve stam van Manasse, uit dappere mannen, mannen die schild en zwaard konden hanteren en met de boog konden schieten en geoefend waren in de oorlog, waren vierenveertigduizend zevenhonderdzestig, die ten strijde uittrokken.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 5 — omringende verzen
En hun broeders naar het huis van hun vaderen waren: Michaël en Mesullam en Seba en Jorai en Jachan en Zia en Heber: zeven.
14Dit zijn de zonen van Abihaïl, de zoon van Huri, de zoon van Jaroah, de zoon van Gilead, de zoon van Michaël, de zoon van Jesisai, de zoon van Jahdo, de zoon van Buz.
15Ahi, de zoon van Abdiël, de zoon van Guni, was het hoofd van het huis van hun vaderen.
16En zij woonden in Gilead, in Basan en in haar onderhorige plaatsen, en in alle omliggende weiden van Saron, tot aan hun grenzen toe.
17Dezen allen werden in de geslachtsregisters opgetekend in de dagen van Jotham, de koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, de koning van Israël.
De zonen van Ruben en de Gadieten en de halve stam van Manasse, uit dappere mannen, mannen die schild en zwaard konden hanteren en met de boog konden schieten en geoefend waren in de oorlog, waren vierenveertigduizend zevenhonderdzestig, die ten strijde uittrokken.
En zij voerden oorlog met de Hagarieten, met Jetur en Nafis en Nodab.
20En zij werden geholpen tegen hen, en de Hagarieten werden in hun hand overgeleverd, en allen die met hen waren, want zij riepen tot God in de strijd, en Hij liet Zich door hen verbidden, omdat zij op Hem vertrouwden.
21En zij voerden hun vee weg: van hun kamelen vijftigduizend, en van schapen tweehonderdvijftigduizend, en van ezels tweeduizend, en van mensen honderdduizend.
22Want er vielen velen verslagen neer, omdat de oorlog van God was. En zij woonden in hun plaats tot aan de ballingschap toe.
23En de zonen van de halve stam van Manasse woonden in het land. Zij breidden zich uit van Basan af tot aan Baäl-Hermon en Senir en de berg Hermon toe.