1 Samuël 1:24
“En toen zij hem gespeend had, nam zij hem met zich mee, met drie stieren, een efa meel en een lederen zak met wijn, en bracht hem naar het huis van de HEER in Silo; en het kind was nog jong.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 1 — omringende verzen
En zij stonden des morgens vroeg op en aanbaden voor het aangezicht van de HEER, en keerden terug en kwamen tot hun huis te Rama; en Elkana had gemeenschap met Hanna, zijn vrouw, en de HEER dacht aan haar.
20Daarom geschiedde het, toen de tijd omgekomen was nadat Hanna zwanger geworden was, dat zij een zoon baarde en zijn naam Samuel noemde, zeggende: Omdat ik hem van de HEER gevraagd heb.
21En de man Elkana, met zijn gehele huis, ging op om de HEER het jaarlijkse offer en zijn gelofte te brengen.
22Maar Hanna ging niet op, want zij zei tot haar man: Zodra het kind gespeend is, dan zal ik hem brengen, opdat hij voor het aangezicht van de HEER verschijne en daar voor altijd blijve.
23En Elkana, haar man, zei tot haar: Doe wat goed is in uw ogen; blijf totdat u hem gespeend hebt; de HEER bevestige slechts Zijn woord. Zo bleef de vrouw en zoogde haar zoon totdat zij hem speende.
En toen zij hem gespeend had, nam zij hem met zich mee, met drie stieren, een efa meel en een lederen zak met wijn, en bracht hem naar het huis van de HEER in Silo; en het kind was nog jong.
En zij slachtten de stier, en brachten het kind tot Eli.
26En zij zei: Och, mijn heer, zo waar uw ziel leeft, mijn heer, ik ben de vrouw die hier bij u gestaan heeft om te bidden tot de HEER.
27Om dit kind heb ik gebeden, en de HEER heeft mij mijn verzoek gegeven dat ik van Hem gevraagd heb.
28Daarom heb ik hem ook aan de HEER afgestaan; al de dagen dat hij leeft, is hij aan de HEER afgestaan. En hij aanbad de HEER daar.