Terug naar 1 Samuël 13
VSV
Statenvertaling

1 Samuël 13:12

daarom zeide ik: Nu zullen de Filistijnen op mij neerkomen te Gilgal, en ik heb de HEER niet gesmeekt; ik heb mij dan geweld aangedaan en het brandoffer geofferd.

Kruisverwijzingen

Context

1 Samuël 13 — omringende verzen

7

En sommige Hebreeën gingen over de Jordaan naar het land van Gad en Gilead. Maar Saul was nog in Gilgal, en al het volk volgde hem bevende.

8

En hij wachtte zeven dagen, naar de vastgestelde tijd die Samuël bepaald had; maar Samuël kwam niet naar Gilgal, en het volk liep van hem weg.

9

En Saul zeide: Brengt mij een brandoffer en vredeoffers. En hij offerde het brandoffer.

10

En het geschiedde, zodra hij gereed was met het offeren van het brandoffer, zie, dat Samuël aankwam; en Saul ging hem tegemoet om hem te begroeten.

11

En Samuël zeide: Wat hebt gij gedaan? En Saul zeide: Omdat ik zag dat het volk van mij wegliep, en dat gij niet binnenkwam op de vastgestelde dagen, en dat de Filistijnen zich verzamelden te Michmash;

12

daarom zeide ik: Nu zullen de Filistijnen op mij neerkomen te Gilgal, en ik heb de HEER niet gesmeekt; ik heb mij dan geweld aangedaan en het brandoffer geofferd.

13

En Samuël zeide tot Saul: Gij hebt dwaas gehandeld; gij hebt het gebod des HEREN uw Gods niet onderhouden, dat Hij u geboden heeft; want nu zou de HEER uw koninkrijk over Israël voor altoos bevestigd hebben.

14

Maar nu zal uw koninkrijk niet bestendigd worden; de HEER heeft Zich een man gezocht naar Zijn hart, en de HEER heeft hem geboden een vorst te zijn over Zijn volk, omdat gij niet onderhouden hebt wat de HEER u geboden had.

15

En Samuël stond op en ging op weg van Gilgal naar Gibea van Benjamin. En Saul telde het volk dat bij hem aanwezig was, ongeveer zeshonderd man.

16

En Saul, en Jonathan zijn zoon, en het volk dat bij hen aanwezig was, bleven in Gibea van Benjamin; maar de Filistijnen legerden zich in Michmash.

17

En de plunderaars trokken uit uit het kamp der Filistijnen in drie compagnieën: één compagnie wendde zich naar de weg die leidt naar Ofra, naar het land Sual;