1 Samuël 13:9
“En Saul zeide: Brengt mij een brandoffer en vredeoffers. En hij offerde het brandoffer.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 13 — omringende verzen
En heel Israël hoorde zeggen dat Saul het garnizoen van de Filistijnen verslagen had, en dat Israël ook een stank geworden was bij de Filistijnen. En het volk werd bijeengeroepen achter Saul aan naar Gilgal.
5En de Filistijnen verzamelden zich om te strijden met Israël: dertigduizend wagens, en zesduizend ruiters, en volk als het zand aan de oever van de zee in menigte; en zij kwamen op en legerden zich in Michmash, ten oosten van Beth-Aven.
6Toen de mannen van Israël zagen dat zij in het nauw waren (want het volk was benauwd), verborgen het volk zich in holen, en in struikgewas, en in rotsen, en in hoge plaatsen, en in kuilen.
7En sommige Hebreeën gingen over de Jordaan naar het land van Gad en Gilead. Maar Saul was nog in Gilgal, en al het volk volgde hem bevende.
8En hij wachtte zeven dagen, naar de vastgestelde tijd die Samuël bepaald had; maar Samuël kwam niet naar Gilgal, en het volk liep van hem weg.
En Saul zeide: Brengt mij een brandoffer en vredeoffers. En hij offerde het brandoffer.
En het geschiedde, zodra hij gereed was met het offeren van het brandoffer, zie, dat Samuël aankwam; en Saul ging hem tegemoet om hem te begroeten.
11En Samuël zeide: Wat hebt gij gedaan? En Saul zeide: Omdat ik zag dat het volk van mij wegliep, en dat gij niet binnenkwam op de vastgestelde dagen, en dat de Filistijnen zich verzamelden te Michmash;
12daarom zeide ik: Nu zullen de Filistijnen op mij neerkomen te Gilgal, en ik heb de HEER niet gesmeekt; ik heb mij dan geweld aangedaan en het brandoffer geofferd.
13En Samuël zeide tot Saul: Gij hebt dwaas gehandeld; gij hebt het gebod des HEREN uw Gods niet onderhouden, dat Hij u geboden heeft; want nu zou de HEER uw koninkrijk over Israël voor altoos bevestigd hebben.
14Maar nu zal uw koninkrijk niet bestendigd worden; de HEER heeft Zich een man gezocht naar Zijn hart, en de HEER heeft hem geboden een vorst te zijn over Zijn volk, omdat gij niet onderhouden hebt wat de HEER u geboden had.