Terug naar 1 Samuël 13
VSV
Statenvertaling

1 Samuël 13:7

En sommige Hebreeën gingen over de Jordaan naar het land van Gad en Gilead. Maar Saul was nog in Gilgal, en al het volk volgde hem bevende.

Kruisverwijzingen

Context

1 Samuël 13 — omringende verzen

2

koos Saul zich drieduizend man uit Israël; waarvan tweeduizend bij Saul waren in Michmash en op het gebergte van Bethel, en duizend bij Jonathan in Gibea van Benjamin; en de rest van het volk zond hij, ieder naar zijn tent.

3

En Jonathan versloeg het garnizoen van de Filistijnen dat in Geba was, en de Filistijnen hoorden het. En Saul blies de bazuin door het gehele land, zeggende: Laat de Hebreeën het horen.

4

En heel Israël hoorde zeggen dat Saul het garnizoen van de Filistijnen verslagen had, en dat Israël ook een stank geworden was bij de Filistijnen. En het volk werd bijeengeroepen achter Saul aan naar Gilgal.

5

En de Filistijnen verzamelden zich om te strijden met Israël: dertigduizend wagens, en zesduizend ruiters, en volk als het zand aan de oever van de zee in menigte; en zij kwamen op en legerden zich in Michmash, ten oosten van Beth-Aven.

6

Toen de mannen van Israël zagen dat zij in het nauw waren (want het volk was benauwd), verborgen het volk zich in holen, en in struikgewas, en in rotsen, en in hoge plaatsen, en in kuilen.

7

En sommige Hebreeën gingen over de Jordaan naar het land van Gad en Gilead. Maar Saul was nog in Gilgal, en al het volk volgde hem bevende.

8

En hij wachtte zeven dagen, naar de vastgestelde tijd die Samuël bepaald had; maar Samuël kwam niet naar Gilgal, en het volk liep van hem weg.

9

En Saul zeide: Brengt mij een brandoffer en vredeoffers. En hij offerde het brandoffer.

10

En het geschiedde, zodra hij gereed was met het offeren van het brandoffer, zie, dat Samuël aankwam; en Saul ging hem tegemoet om hem te begroeten.

11

En Samuël zeide: Wat hebt gij gedaan? En Saul zeide: Omdat ik zag dat het volk van mij wegliep, en dat gij niet binnenkwam op de vastgestelde dagen, en dat de Filistijnen zich verzamelden te Michmash;

12

daarom zeide ik: Nu zullen de Filistijnen op mij neerkomen te Gilgal, en ik heb de HEER niet gesmeekt; ik heb mij dan geweld aangedaan en het brandoffer geofferd.