Terug naar 1 Samuël 22
VSV
Statenvertaling

1 Samuël 22:4

En hij bracht hen voor de koning van Moab; en zij woonden bij hem al de tijd dat David in de vesting was.

Kruisverwijzingen

Context

1 Samuël 22 — omringende verzen

1

David vertrok dan vandaar en ontkwam naar de spelonk van Adullam; en toen zijn broeders en het gehele huis van zijn vader het hoorden, gingen zij daarheen tot hem.

2

En ieder die in nood was, en ieder die schulden had, en ieder die verbitterd van ziel was, verzamelde zich bij hem; en hij werd een aanvoerder over hen; en er waren bij hem omtrent vierhonderd mannen.

3

En David ging vandaar naar Mizpa van Moab; en hij zeide tot de koning van Moab: Laat mijn vader en mijn moeder toch bij u komen en bij u verblijven, totdat ik weet wat God met mij zal doen.

4

En hij bracht hen voor de koning van Moab; en zij woonden bij hem al de tijd dat David in de vesting was.

5

En de profeet Gad zeide tot David: Blijf niet in de vesting; ga heen en begeef u naar het land Juda. Toen vertrok David en kwam in het woud van Hareth.

6

Toen Saul hoorde dat David ontdekt was, en de mannen die bij hem waren — nu verbleef Saul in Gibea, onder een boom op de hoogte, met zijn speer in de hand, en al zijn dienaren stonden rondom hem —

7

zeide Saul tot zijn dienaren die rondom hem stonden: Hoort toch, gij Benjaminieten; zal de zoon van Isaï aan ieder van u velden en wijngaarden geven en u allen tot aanvoerders van duizenden en van honderden maken,

8

dat gij allen tegen mij hebt samengespannen, en niemand mij heeft laten weten dat mijn zoon een verbond gesloten heeft met de zoon van Isaï, en niemand van u voor mij bedroefd is of mij heeft laten weten dat mijn zoon mijn dienaar tegen mij heeft opgestookt om mij op te loeren, zoals op deze dag?

9

Toen antwoordde Doëg, de Edomiet, die aangesteld was over de dienaren van Saul, en zeide: Ik zag de zoon van Isaï komen te Nob, bij Ahimelech, de zoon van Ahitub.